Coenraad Gijsbertsz Verrips, 1693

Name
Coenraad Gijsbertsz /Verrips/
Civil marriage
Death of a father
English King
Christening of a son
Christening of a son
Christening of a daughter
English King
Christening of a son
Death of a brother
Christening of a daughter
Lord Protector
Lord Protector
Christening of a grandson
Marriage of a son
Christening of a grandson
Christening of a grandson
Marriage of a son
Christening of a granddaughter
English King
Christening of a grandchild
Christening of a grandson
Christening of a grandson
Christening of a granddaughter
Christening of a granddaughter
Christening of a grandson
INDI:EVEN:WITN: Mayken/Abrams/
English King
English Queen
Christening of a granddaughter
Christening of a granddaughter
Death of a wife
before 1693 (0 after death)
English King
William II
from February 13, 1689 CE (February 23, 1689) to March 8, 1702 CE (March 19, 1702) (9 years after death)
Death of a mother
Birth of a son
Death
before 1693
Family with parents
father
mother
Civil marriage Civil marriage
himself
brother
Family with Elisabeth Cornelisd. (Nobel?)
himself
wife
Civil marriage Civil marriage
son
son
1644
Christening: July 1644 Leerdam
Death:
20 months
son
22 months
daughter
1647
Christening: November 1647 Leerdam
Death:
2 years
son
5 years
daughter
Note

- 2.7.1650 Coen Gijsbertsz. verkoopt voor fl. 1.410:=:= aan Willem Damen twee kampen land op Loosdorp, groot 17 hondt, naastgeland boven de kerk van Leerdam en beneden Dierhout.
Coen Gijsbertsz., voor hem zelf en als oom van de kinderen van Pieter Gijsbertsz. Muijr en Maijcke Tonis, weduwe van Pieter Gijsbertsz. (voogd: Jan Bastiaensz. van der Nieukerk, verkopen aan Abraham Jansz. de Bruijn 4 hondt op Oosterwijk, boven voornoemde weduwe en beneden Roelof Aertsz. de Feijter.
Coen Gijsbertsz. bekent schuldig te wezen aan de erven van Pieter Dircx en Aeffken Francken fl. 627:2:14. Hij belooft te betalen mei 1651. Hypotheek op 7 hondt land op Loosdorp, boven het kerkeland van Leerdam, beneden Dierhout; op een huis en hofstadt, groot 4 morgen op Loosdorp, boven Tonis Gerritsz. en Herberen Jansz.R.A. Leerdam inv.nr. 12, fo. 23, 23v, 24, alle drie de acten zijn gepasseerd 2.7.1650.
- 20.3.1667 Schuldbekentenis van Koen Gijsbertsz. aan Gijsbert van der Leijden, procureur te Leerdam fl. 149:=:=, in verband met door Van der Leijden betaalde penningen aan Cornelis Aertsz. Middag, waarover proces is gevoerd. De comparant belooft fl. 49:=:= te betalen "ten simpele vermaningh"; fl. 100:=:= over 2 jaar á 5%; hypotheek: huis en hofstede aan de Diefdijck, boven het Heerenhuijs van Gorinchem, beneden de kinderen van Thijs Barentsz; de hofstede is niet hoger belast dan fl. 200:=:=. In de margine: in verband met het passeren van een nieuwe schuldbrief is deze geannuleerd 23.3.1669.R.A. Leerdam inv.nr. 16, fo. 55, 20.3.1667.
- 20.3.1668 Schuldbekentenis van Coen Gijsbertsz. aan Johan de Meijer fl. 200:=:= in verband met het transport van de schuldbrief van 20.3. 1667 ten bate van Gijsbert van der Leijden aan Johan de Meijer op 28.1.1668 fl. 119; de nieuwe schuld wordt fl. 200:=:= door geld dat De Meijer aan de comparant had geleend; tegen een jaarlijkse losrente van fl. 11:=:=. Wanneer hij steeds op tijd betaald, is fl. 10:=:= genoeg. Hypotheek: vgl. schuldbekentenis van 20.3.1667. R.A. Leerdam inv.nr. 16, fo. 95, 20.3.1668.
- 22.6.1671 Johan de Meijer secretaris van Leerdam contra Coen Gijsbertsz. Eis: betaling van fl. 200,= met alle verlopen en onbetaalde renten van dien van een schepenschuldbrief. De zaak wordt niet behandeld; vermeld is: "vervolg". Dit is echter niet te vinden.R.A. Leerdam inv.nr. 178, 22.6.1671.
- 6.7.1671 Gijsbert van der Leijden procureur voor deze E. gerechte contra Coen Gijsbertsz. "Den Eijser concludeert tot betaelinge van 22 gulden volgens dese overgeleijde obligatie cum expensis ende versoeckt den schadtdagh binnen 24 uuren. Schepenen op alles hebbende geleth ordonneren den eijser te procederen als ordinairelijck alhier gebruijckelijck is ende comdemneren hem eijser inde costen van desen instantie." 10.8.1671 komt deze zaak weer voor. De eiser heeft dan het tweede deel van zijn eis laten vallen. De behandeling van de zaak wordt uitgesteld. Idem op 5.10 en 23.11.1671.R.A. Leerdam inv.nr. 178, 6.7, 10.8, 5.10, 2.11.1671.
- 18.2.1693 Boedelscheiding na het overlijden van hem en zijn vrouw.
Erfgenamen: Hendrick Ariensz. Middelcoop, gehuwd met Anna Coenen
Gijsbert Coenen
Jan Coenen
Willem Gerritsz. van de Coppel, gehuwd met Dirckje Coenen
Hendrick Ariensz. Middelcoop ontvangt de erfenis berustende onder de rentmeester Houtman te Utrecht die aan de boedel gekomen is door het overlijden van Willem Aertse, gewoond hebbende te Utrecht. Hiervoor betaalt hij aan de gemene boedel fl. 35:=:=. Hij neemt daarbij te zijnen laste fl. 325:=:= met de rente waarmee de voorsz. boedel belast is, ten name van de heer Houwert. Hij belooft de boedel daarvan te bevrijden. Verder ontvangt hij de helft van een huis en hofstede aan de Leerdamse Diefdijk gelegen; boven ten oosten: het gemenelandshuis van de heren van Gorinchem; beneden ten zuiden: Willem Gerritsz. van de Koppel; voor van de tochtsloot af en noordwaarts de halve sloot tot het diep van de wiel. "Mits dat hij Hendrick Ariensz. sal genieten het eijnde steegs aende noortsijde van over de tochsloot af."
Gijsbert Coenen ontvangt de andere helft van het genoemde huis. "Mits datse sullen behouden de vrijheijt vande steegh ende afvaert om op ende af te rijden mits dat Hendrick Ariensz. ende Willem Gerritsz. jaerlicx sullen genieten half en half tgunt bij die van Gorinchem voort gebruijck vande steegh wert betaelt." Hij betaalt verder aan Hendrick Ariensz. fl. 50:=:=. Hiervan ontvangt hij jaarlijks een losrente van fl. 2:10:= tot de voldoening. Hendrick Ariensz. mag eerder betalen indien drie maanden van te voren wordt gewaarschuwd.
Jan Coenen ontvangt de helft van "'t koijken" gelegen op Oud Schaeijck; west: de tochtsloot; zuid: de weduwe van Willem Dircksz.; noord: overlangs op het lot van Willem Gerritsz. van de Coppel toe. Ook ontvangt Jan Coenen van Willem Gerritsz. fl. 100:=:=.
Willem Gerritsz. van de Coppel ontvangt een "eijndt onderdijcx"; zuid: de hofstede van heer Johan de Meijer, secretaris van de stad en het graafschap Leerdam; noord: tot op de halve sloot van het lot van Hendrick Ariensz. en Gijsbert Coenen; strekkende van de Oud-Schaijkse tochsloot af lijnrecht op te meten over de Diefdijk tot in de wiel. Hij ontvangt verder de helft van het "koijken" daarachter gelegen met de zuidzijde van de steeg over de tochtsloot van Jan Coenen tot aan de weduwe van Willem Dircksz.. Ook krijgt hij drie morgen land op Aquoij; oost: Jan Cool; west: Jan Robbertsz.; zuid: Antonij van Meeuwen; noord de Aquoijse weg of Culenburgse Vliet. Willem Gerritsz. betaalt daarnaast aan Jan Coenen fl. 100:=:=.RA Leerdam inv.nr. 20, 18.2.1693.
Dat Cornelis Coenen niet in deze boedelscheiding wordt genoemd, komt omdat hij dan al overleden is. Opmerkelijk is wel dat juist zijn nageslacht later bezit op deze plaats heeft. Het genoemde gemenelandshuis van de heren van Gorinchem, later ook wel bekend als het Dijkheerenhuis van de Alblasserwaard, wordt namelijk in 1821 bewoond door Jan Gijsbertsz. Verrips, jongste, ongehuwde zoon van Gijsbert Aartsz. Verrips en Neeltje van Meeteren.G.A. Gorinchem, not.arch. inv.nr. 4451a acte nr. 162, 13.8.1821.